top of page
  • Writer's pictureJoost van Ladesteijn

Verplichting nationale rechter tot buiten toepassing laten van nationale regeling wegens strijd met Unierechtelijk non-discriminatiebeginsel in geschil tussen particulieren o.b.v. artikel 47 Handvest



Gisteren, op 20 februari 2024, verscheen een interessant arrest van de Grote Kamer van het Europese Hof van Justitie over kortweg de verhouding tussen een nationale regeling, welke een onderscheid maakt tussen arbeidsovereenkomsten voor bepaalde en onbepaalde tijd terzake het melden van opzeggingsgronden, het non-discriminatiebeginsel in artikel 4 van de Raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd als bijlage bij Richtlijn 1990/70/EG en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.


Het Hof toetst de verschillende bestanddelen van artikel 4 van de Raamovereenkomst, voorzover in casu ter discussie:

  • Is er sprake van een arbeidsvoorwaarde?

  • Is er sprake van een verschil in behandeling?

  • Bestaat er een objectieve rechtvaardiging?


De 1e vraag beantwoordt het Hof bevestigend op basis van rechtspraak en de doelstellingen van onder andere de Raamovereenkomst. Het non-discriminatiebeginsel is een grondbeginsel van het sociaal recht van de Unie, dat niet restrictief mag worden uitgelegd.


Met betrekking tot de 2e vraag overweegt het Hof dat de nationale regeling in kwestie een verschil in behandeling oplevert, waarbij werknemers met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd minder gunstig worden behandeld dan werknemers in vaste dienst. De laatsten worden wel geïnformeerd over de ontslagredenen. De eerste worden zo informatie ontzegd, welke beslissend kan zijn voor de keuze een rechtsvordering in te stellen tegen de beëindiging van de arbeidsovereenkomst.


Met betrekking tot de 3e vraag overweegt het Hof dat de Poolse regering geen precieze en concrete gegevens, kenmerkend voor de arbeidsvoorwaarde, heeft aangevoerd ter rechtvaardiging van de nationale regeling. Dit is vereist voor beroep op een objectieve rechtvaardiging. Bovendien zou volgens het Hof de regeling niet noodzakelijk zijn. Het zou de aangevoerde flexibiliteit niet beïnvloeden.


Dit is een misser van de Poolse regering. Dit had geproblematiseerd kunnen worden, ook in het kader van de overige vereisten van het Lufthansa-arrest. Dit is een beperking op de algemene inzet van dit arrest op andere gevallen.


Resterende vraag was of de nationale rechter bij schending van Unierecht de nationale regeling buiten toepassing dient te laten bij een geschil tussen particulieren. "Ja", aldus het Hof. Niet via het Unierecht (ook bij rechtstreekse werking), maar via artikel 47 Handvest met referte aan het Egenberger-arrest. De nationale rechter is gehouden rechtsbescherming te verzekeren en om de volle werking van artikel 47 Handvest te waarborgen en zo nodig elke daarmee strijdige bepalingen buiten toepassing te laten.

Comments


bottom of page