top of page
  • Writer's pictureJoost van Ladesteijn

Internetconsultatie wijziging concurrentiebeding van start


Het concurrentiebeding verbiedt een werknemer om na het einde van zijn arbeidsovereenkomst soortgelijke werkzaamheden uit te oefenen bij een ander bedrijf of als ondernemer. Het doel van de werkgever is om hiermee zijn bedrijfsbelangen te beschermen, zoals bijvoorbeeld bedrijfsgeheimen, kennis over tarieven, klantgegevens en -bestanden en goodwill.


Het concurrentiebeding vormt een beperking van de grondwettelijke vrijheid van werknemers tot vrije arbeidskeuze. Daarom zou een concurrentiebeding alleen opgenomen en ingeroepen moeten worden wanneer dit echt belangrijk is voor de bescherming van het zogenaamde bedrijfsdebiet. Als daartoe geen noodzaak bestaat, dan dienen vrije arbeidskeuze en arbeidsmobiliteit voorop te staan. Uit onderzoek volgt dat dit wel gebeurt.


Onderzoek laat daarnaast zien dat het concurrentiebeding zo vaak gebruikt wordt dat het tot een ongerechtvaardigde beperking van werknemers kan leiden. Dit belemmert het goed functioneren van de arbeidsmarkt, omdat werknemers hierdoor beperkt worden om van baan te wisselen en werkzaam te blijven binnen hun expertise en specialisme. Voor werkgevers is het moeilijker om nieuw personeel aan te nemen.


Dit wetsvoorstel beoogt:

  • Een afname van het gebruik van het aantal (niet noodzakelijke) bedingen, waarbij de vrije arbeidskeuze, de arbeidsmobiliteit en een optimale arbeidsallocatie bevorderd worden.

  • Het in evenwicht brengen van de balans in belangen tussen werkgevers en werknemers.

  • Het bieden van meer rechtszekerheid, zodat op voorhand duidelijk is welke rechten en plichten voor werkgevers en werknemers gelden, waardoor een gang naar de rechter minder vaak nodig is.

  • Het in stand houden van de mogelijkheid voor werkgevers tot het beschermen van het bedrijfsdebiet.


Door deze wet worden de bestaande regels die gelden voor het concurrentiebeding aangescherpt:

  • Een concurrentiebeding kan maximaal één jaar effect hebben na het einde van de arbeidsovereenkomst.

  • Het gebied waarin de werknemer niet mag werken vanwege het concurrentiebeding moet worden vermeld.

  • Het zwaarwegende bedrijfs-of dienstbelang voor een concurrentiebeding moet worden gemotiveerd voor alle arbeidsovereenkomsten (dus niet alleen voor tijdelijke arbeidsovereenkomsten, zoals nu het geval is).

  • Een werkgever moet de werknemer een vergoeding betalen wanneer een beroep op het concurrentiebeding wordt gedaan.

  • De vergoeding bedraagt 50% van het laatstverdiende maandloon, voor elke maand  dat het concurrentiebeding wordt ingeroepen. Wordt het beding bijvoorbeeld voor zes maanden ingeroepen, dan heeft de werknemer recht op een vergoeding van drie maanden loon.

Klik hier voor de link naar de internetconsultatie.

Commentaires


bottom of page